zaterdag 4 juli 2015

Griekenland, begrotingstekorten en staatsschulden

Al tijden liep ik tegen een aantal financiële begrippen aan, waarvan ik niet goed begreep wat ermee bedoeld werd. Meestal las ik er maar een beetje overheen. Ook nu, ten tijde van de jongste ontwikkelingen van de Griekse tragedie. Daarom heb ik maar eens een en ander opgezocht en voor mezelf een simpele vertaalslag gemaakt. Het betreft de volgende begrippen:
  • Begrotingstekort (overheidstekort). Hiervan is sprake wanneer een overheid meer geld uitgeeft dan er inkomt. Bij de inkomsten gaat het voornamelijk om belasting- en niet-belastingontvangsten zoals dividenden uit staatsdeelnemingen en -in Nederland- de aardgasbaten. Met het begrip financieringstekort wordt min of hetzelfde bedoeld maar om het nieuws in grote lijnen te kunnen volgen zijn de verschillen wat mij betreft niet zo relevant. Als je wilt kun je o.a. op wikipedia nauwkeuriger begripsomschrijvingen vinden.
  • Staatsobligaties en leningen. Om in geval van een begrotingstekort, toch de voorgenomen plannen te kunnen uitvoeren en de nodige aflossingen en rente te kunnen betalen, lenen overheden geld. Dit doen ze vooral door de uitgifte van staatsobligaties. Je zou zo'n staatsobligatie een beetje kunnen vergelijken met een aflossingsvrije hypotheek. Gedurende de looptijd, van bijvoorbeeld 10 of 30 jaar, wordt alleen de rente betaald en na afloop wordt de boel afgelost. In een enkel geval worden ook leningen aangegaan bij andere EU-landen of internationale instellingen. Met name als een land op "de gewone markt"erg veel rente moet betalen. Griekenland, Cyprus, Portugal en Ierland zijn op deze wijze in 2011 uit de brand geholpen (zie het groene deel van de staafjes in de onderstaande grafiek). 
    Bron: Eurostat
  • Staats- of overheidsschuld. Dit omvat de totale schuldenlast van de overheid van een land. Als gevolg van opeenvolgende begrotingstekorten neemt de staatsschuld toe. Is er een overschot dan neemt hij natuurlijk af.
    De staatsschuld kan worden teruggedrongen door of te bezuinigen, dus de uitgaven te verminderen, of de belastinginkomsten te verhogen. Dit laatste is o.a. mogelijk door de belastingtarieven te verhogen, de ontduiking tegen te gaan en/of door de economie beter te laten draaien. 
  • Bruto Nationaal Product (bnp). In grote lijnen gaat het hier om het ‘inkomen’ van een land. Tevens wordt wel  het begrip Bruto Binnenlands Product (bbp) gebruikt. Ook hier geldt dat beide begrippen niet exact hetzelfde betekenen en zijn er op wikipedia nauwkeuriger begripsomschrijvingen te vinden.
Dikwijls worden de staatsschuld en het begrotingstekort van een land uitgedrukt als een percentage van het bnp of het bbp. De gedachte hierbij is dat het feitelijke bedrag (de nominale waarde) van de schuld niet zo belangrijk is. Het belangrijkste zou zijn, dat het niveau van de schuld in een redelijke verhouding moet staan tot de inkomsten van een land, zodat de rente en aflossing ook opgebracht kunnen worden. Eigenlijk is dit niet anders dan wanneer je een hypotheek aanvraagt. Die krijg je ook niet als je te weinig verdient.
De lidstaten van de Europese Unie hebben zich daarom verplicht om het overheidstekort en de overheidsschuld niet te hoog te laten oplopen. Het begrotingstekort mag niet groter zijn dan 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp), en de staatsschuld niet hoger dan 60 procent van het bbp.

Overzicht staatsschulden en begrotingstekorten in 2014
Als laatste nog een overzicht van de staatsschulden en de begrotingstekorten.

In % van het BBP
LandHoogte staatsschuld
2014 
Tekort / overschot
begroting 2014
België106,5-3,2
Cyprus107,5-8,8
Duitsland74,40,7
Estland10,60,6
Finland59,3-3,2
Frankrijk95-4
Griekenland177,1-3,5
Ierland109,7-4,1
Italië132,1-3
Letland40-1,4
Litouwen40,9-0,7
Luxemburg23,60,6
Malta68-2,1
Nederland68,8-2,3
Oostenrijk84,5-2,4
Portugal130,2-4,5
Slovenië80,9-4,9
Slowakije53,6-2,9
Spanje97,7-5,8
*Bron: Eurostat

Opvallend in het overzicht is, dat er in 2014 maar 6 landen zijn met een staatsschuld welke voldoet aan de 60% norm.
Voorts valt op dat Griekenland in 2014, in relatieve zin, de hoogste staatsschuld had. Maar hun begrotingstekort, als percentage van het bbp, was lager dan dat van Cyprus, Ierland, Frankrijk, Slovenië, Portugal en Spanje. Wat dat betreft hebben (of hadden?) ze mogelijk hun uitgaven beter onder controle dan de hiervoor genoemde landen. Het zou aardig zijn om na te gaan, in hoeverre de maatregelen waarvan de Eurogroep en het IMF vinden dat het land ze moet nemen, ook door andere Eurolanden zijn of worden doorgevoerd. Bij mijn weten is La Poste in Frankrijk ook nog steeds een overheidstaak. Of er moet recent iets veranderd zijn. 

Ik benieuwd waar de Grieken zondag voor kiezen. Als ik Griek was, zou ik het echt niet weten. 

1 opmerking: